Tweede ronde subsidieregeling persinnovatie opengesteld
Vanaf 1 juli 2010 is het mogelijk een subsidieaanvraag in te dienen voor de tweede ronde van de subsidieregeling persinnovatie. Deze subsidieregeling werd begin dit jaar door het Stimuleringsfonds voor de Pers, op verzoek van minister Plasterk, ingesteld naar aanleiding van de aanbevelingen van de commissie Brinkman.
Doel van deze regeling is om innovatie in de pers en journalistiek te stimuleren. De regeling staat in 2010 open voor innovatieve projecten die gericht zijn op journalistieke producten, diensten of werkwijzen. Hieronder valt een breed scala aan journalistieke functies op het gebied van nieuwsgaring, nieuwsduiding en opinievorming over de maatschappelijke actualiteit, mede in het belang van politieke meningsvorming. De projecten dienen vernieuwingen tot stand te brengen in inhoud en strekking, exploitatiewijze of vormgeving van de journalistieke functies, zodat de persverscheidenheid wordt vergroot en daarmee een vernieuwende bijdrage wordt geleverd aan de journalistieke informatievoorziening. Projecten kunnen betrekking hebben op printmedia, maar ook op audiovisuele media, internetproducten, mobiele dragers, of combinaties daarvan (crossmediale projecten).
Voor de subsidieregeling persinnovatie is in 2010 een bedrag beschikbaar van 8 miljoen euro. Aanvragen hiervoor kunnen in twee rondes worden ingediend. Per ronde is een subsidiebedrag van 4 miljoen euro beschikbaar. De eerste ronde is eind april afgerond en heeft tot de toewijzing van subsidie aan 15 projecten geleid voor in totaal 3,2 miljoen euro. Omdat in de eerste ronde niet het volledige bedrag is toegewezen, heeft het Stimuleringsfonds besloten het resterende bedrag aan de tweede ronde toe te voegen. De termijn voor het indienen van een aanvraag voor de tweede ronde sluit op 15 september 2010 om 0.00 uur. Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend via de website van het Stimuleringsfonds voor de Pers (www.svdp.nl).
Bij het beoordelen van de aanvragen let het Stimuleringsfonds niet alleen op het journalistieke en innovatieve karakter van de ingediende projecten, maar weegt het ook mee in hoeverre het innovatieve karakter van de aanvragen betrekking heeft op tenminste één van de volgende gebieden:
- bereiken of behouden van burgers als gebruikers van persfuncties;
- betrekking hebbend op nieuwe (combinaties van) journalistieke producten, diensten, markten, organisatieprocessen;
- betrekking hebbend op nieuwe journalistieke modellen, werkwijzen en presentaties;
- betrekking hebbend op nieuwe vormen van betalings-, distributie- en verdienmodellen;
- betrekking hebbend op lokale of regionale journalistieke activiteiten, waarvoor tenminste 50% van de middelen voor deze regeling gereserveerd is.
Evenals bij de eerste ronde zullen aanvragen die aan de criteria van de regeling lijken te voldoen, aan een aantal experts op het gebied van innovatie worden voorgelegd om advies in te winnen over het innovatieve karakter van de ingediende projecten. De meningen van de experts zal het Fonds vervolgens meewegen in zijn besluitvorming over de aanvragen.
Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie houdt het Stimuleringsfonds rekening met de mate waarin de activiteiten waarvoor subsidie is gevraagd ten dienste staan van de aanvrager zelf dan wel de persbedrijfstak als geheel ten goede komen. Bij het vaststellen van de subsidiebedragen wordt met dat eigen belang rekening gehouden door de voor subsidie in aanmerking komende projectkosten op basis van matching voor maximaal 50% toe te wijzen.
Op vrijdag 26 november 2010 maakt het Stimuleringsfonds bekend welke aanvragen in de tweede ronde van de persinnovatieregeling zijn toegewezen.
Bekendmaking subsidies eerste ronde
Het bestuur van het Stimuleringsfonds voor de Pers heeft de subsidiebedragen vastgesteld die na de eerste aanvraagronde uitgekeerd worden in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling persinnovatie. Het bestuur heeft besloten 15 aanvragen voor een uitkering op basis van deze subsidieregeling in aanmerking te laten komen, voor een totaalbedrag van 3.241.442 euro. Negen aanvragen van deze 15 hebben betrekking op landelijke activiteiten, voor een totaalbedrag van 921.405 euro. De resterende zes aanvragen betreffen lokale en regionale activiteiten, voor in totaal 2.320.037 euro.
De subsidieregeling werd begin dit jaar door het Stimuleringsfonds voor de Pers op verzoek van minister Plasterk ingesteld naar aanleiding van de aanbevelingen van de commissie Brinkman. Doel van deze regeling is om de innovatie in de pers en journalistiek te versterken. De subsidieregeling Persinnovatie staat in 2010 open voor innovatieve projecten die gericht zijn op journalistieke producten, diensten of werkwijzen. Hieronder valt een breed scala aan journalistieke functies, op het gebied van nieuwsgaring, nieuwsduiding en opinievorming over de maatschappelijke actualiteit, mede in het belang van politieke meningsvorming. Voor de regeling is dit jaar een bedrag gereserveerd van in totaal 8 miljoen euro, te verdelen via twee aanvraagronden waarin voor elke ronde 4 miljoen euro beschikbaar is. Voor de eerste ronde konden aanvragen voor 15 februari j.l. worden ingediend. De tweede aanvraagronde wordt opengesteld op 1 juli aanstaande en deze sluit voor 15 september 2010.
Er werden voor de eerste ronde, waarin dus 4 miljoen euro te verdelen viel, in totaal 61 aanvragen ingediend waarin een totaalbedrag van ruim 26 miljoen euro gevraagd werd. Zeven aanvragen werden niet in behandeling genomen: zes omdat ze te laat waren ingediend en één vanwege het ontbreken van vereiste gegevens. Twee aanvragen werden gedurende de behandelperiode ingetrokken. Na een eerste schifting van de resterende 52 aanvragen legde het bestuur ruim de helft daarvan, die aan de criteria van de regeling leken te voldoen, voor aan een vijftal experts* op het gebied van innovatie. Daarbij vroeg het Fonds met name om hun oordelen over het al dan niet innovatieve karakter van de projecten en hun mogelijk duurzame betekenis voor innovatie van de hele perssector. De meningen van de experts heeft het bestuur vervolgens meegewogen in zijn besluitvorming over de aanvragen.
In die besluitvorming heeft het bestuur vooral gekeken naar de wijze waarop voldaan werd aan de twee belangrijke criteria van de regeling: te weten a) gerichtheid op journalistieke producten, diensten of werkwijzen verband houdend met nieuwsgaring, nieuwsduiding en opinievorming over de maatschappelijke actualiteit, mede in het belang van politieke meningsvorming; b) innovatief karakter, dat wil zeggen dat de te subsidiëren activiteiten vernieuwingen tot stand brengen in journalistieke functies zodat de persverscheidenheid wordt vergroot en daarmee een vernieuwende bijdrage wordt geleverd aan de journalistieke informatievoorziening. Verder is meegewogen in hoeverre het innovatieve karakter van de aanvragen tenminste betrekking had op één van de volgende gebieden:- bereiken of behouden van burgers als gebruikers van persfuncties;- betrekking hebben op nieuwe (combinaties van) journalistieke producten, diensten, markten, organisatieprocessen; - betrekking hebben op nieuwe journalistieke modellen, werkwijzen en presentaties;- betrekking hebben op nieuwe vormen van betalings-, distributie- en verdienmodellen;- betrekking hebben op lokale of regionale journalistieke activiteiten, waarvoor tenminste 50% van de middelen voor deze regeling gereserveerd moest worden.
Na zorgvuldig beraad heeft het bestuur van het Stimuleringsfonds voor de Pers thans op grond van deze criteria en eisen besloten 15 aanvragen voor een uitkering op basis van deze subsidieregeling in aanmerking te laten komen, voor een totaalbedrag van 3.241.442 euro. Omdat nagenoeg alle aanvragen niet alleen betrekking hebben op activiteiten die de persbedrijfstak als geheel ten goede komen, maar ook op activiteiten die ten dienste staan van de aanvrager zelf, is bij het vaststellen van de subsidiebedragen daarmee rekening gehouden door de voor subsidie in aanmerking komende projectkosten te matchen. Het totale uit te keren subsidiebedrag is mede daardoor lager uitgevallen dan het voor deze eerste ronde beschikbare bedrag van 4 miljoen euro. Het bestuur heeft gemeend het resterende bedrag aan de tweede ronde toe te voegen.
* Dit zijn de volgende personen: prof. Erik Brouwer (hoogleraar innovatie en mededinging aan de Universiteit van Tilburg en tevens verbonden aan PwC), Sven Maltha (partner en directeur van Dialogic innovatie & Interactie), Paul Molenaar (voormalig CEO van Ilse Media en lid Commissie Brinkman), prof. Bart Nooteboom (hoogleraar innovatiebeleid aan de Universiteit van Tilburg, oud voorzitter WRR projectgroep Innovatie en oud lid WRR) en prof. Paul Rutten (hoogleraar digitale mediastudies aan de Universiteit Leiden en secretaris Commissie Brinkman).